Antonius van Padua

anton01

Antonius van Padua

Het is achthonderd jaar geleden dat Antonius geboren werd in Portugal. De verering van de meeste heiligen steunt op kenmerkende trekken van hun leven en op waar ze zich voor hebben ingezet. In de manier waarop ze worden afgebeeld en de noden waarvoor ze worden aangeroepen, komt dat duidelijk naar voren. We hoeven maar te denken aan bijvoorbeeld Vincentius á Paulo of aan Franciscus van Assisi. Hun verering zegt iets over hun leven.

Bij Antonius is dat niet zo. In onze streken is hij vooral de terugbezorger van verloren zaken. In verschillende andere landen was hij veel meer de beschermer van verloofden en gehuwden. Ook bij bevallingen en kinderloosheid werd zijn voorspraak wel ingeroepen. En ook nog tegen koorts, duivelse machten en de veepest waarbij de Antoniuszegen een grote rol speelde. Ook werd hij vereerd als beschermer van mijnwerkers. Antonius heeft met dit alles echter niets te maken gehad.

Even verschillend zijn de voorwerpen waar de afbeeldingen van Antonius mee voorzien worden. De oudste voorstelling is die van het boek, een teken van zijn leer of, waarschijnlijker, van de Heilige Schrift. Rond 1400 komen daar het hart, de vlam en de lelie bij. Soms afzonderlijk, maar ook wel op een of andere manier in combinatie met elkaar.
Tegenwoordig wordt Antonius meestal afgebeeld met het kind Jezus. Dat hij tijdens zijn leven een verschijning van het kind Jezus zou hebben gehad, berust op een legende. Deze afbeelding is pas zeer laat aan Antonius toegekend. Het geeft een wezenlijk kenmerk van het geestelijk leven van Antonius weer. Zijn sterke gerichtheid op Christus, de Zoon van God. In een van zijn preken zegt Antonius: ‘Hij kwam naar jou, opdat jij naar Hem zou komen’. Die zin zouden we kunnen zien als een samenvatting van het hele leven en werken van Antonius.

Antonius wordt minderbroeder
Bij zijn geboorte kreeg Antonius de naam Fernando. In 1210 nam zijn leven een beslissende wending. Hij trad toe tot de Augustijner koorheren van Coïmbra in Portugal, in het klooster Santa Cruz. Hij vond daar echter niet wat hem diep in zijn hart bezighield: de volledige navolging van Christus. Hij wilde vroom en ernstig leven. In de nabijheid bevond zich een klooster van de Minderbroeders. Deze jonge Orde was radicaal in het beleven van het evangelie. De broeders kozen voor een leven temidden van de armen en behoeftigen. En ook de verkondiging van het evangelie onder de niet-christenen rekenden ze tot hun taak. Dit trok Fernando aan. Hij kreeg ’n keer bezoek van vijf minderbroeders die op weg waren naar Marokko om daar te getuigen van het Evangelie. De vijf broeders vonden er de marteldood. Hun lichamen werden overgebracht naar Coimbra. De jonge Fernando stond bij hun graf. Het stond voor hem vast dat hij deze mensen, die voor hun geloof gestorven waren, moest navolgen. Hij verliet het klooster van de Augustijnen.

In 1220 werd Fernando minderbroeder. Het huis van de minderbroeders in Coïmbra had Antonius Abt tot patroon. Fernando nam deze naam Antonius aan, en liet zich voortaan ook zo noemen. Kort nadat hij minderbroeder geworden was, vroeg hij zijn oversten als missionaris naar Marokko te mogen gaan. Het voorbeeld van de vijf martelaren uit Marokko had hem zijn roeping duidelijk gemaakt. Op het einde van 1220 vertrok hij naar Marokko. Maar God had andere plannen met hem. Vlak na zijn aankomst in Marokko werd hij ziek. De koorts wilde niet wijken. Het klimaat in Marokko was niet bevorderlijk voor zijn gezondheid. Men wist hem te overtuigen dat het beter was naar huis terug te keren om weer op krachten te komen. Hij stemde ermee in en ging scheep naar zijn geboorteland. Het schip kwam echter in een zware storm terecht en dreef af naar Sicilië. Daar werd hij door medebroeders liefdevol ontvangen en verzorgd. Ondertussen had hij tijd om na te denken.

Met Pinksteren, eind mei 1221, zou het generaal kapittel van de Orde (een bijeenkomst van alle broeders) gehouden worden in Assisi. Samen met de andere broeders reisde Antonius erheen. De voornaamste reden waarom Antonius het kapittel wilde meemaken zal wel geweest zijn dat hij Franciscus wilde ontmoeten of minstens zien. Op dat kapittel werden alle mogelijke besluiten genomen met betrekking tot het voortgaan van de Orde. Antonius was één van de velen. Hij wachtte af wat zijn nieuwe taak zou zijn. Na het kapittel trok hij zich terug in de eenzaamheid. Het verlangen naar een teruggetrokken en beschouwend leven, was in de franciscaanse orde vanaf het begin uitdrukkelijk aanwezig. Antonius wachtte in de eenzaamheid op een teken van God wat hem verder te doen stond. Na een jaar van eenzaamheid werd Antonius in 1222 tot priester gewijd. Kort daarna hield hij een preek die op iedereen een grote indruk maakte. Vanaf dat ogenblik werd Antonius geroepen tot het apostolaat van de prediking.

Het apostolaat van Antonius: preken metterdaad
Na zijn priesterwijding in 1222 begint Antonius op een andere wijze van het evangelie te getuigen. Vanaf het begin was hij ervan overtuigd dat ook de mooiste en vurigste woorden niemand kunnen overtuigen, als de predikant niet zelf doet wat hij anderen voorhoudt. Bij hem merkten de mensen dat de leer van zijn preken gedragen werd door zijn leven. Zijn wijze van leven was zijn voornaamste preek. Zo had Franciscus het in zijn regel van 1221 ook gezegd: ‘Alle broeders zullen preken door hun daden.’ Een predikant die met zijn leven achter zijn woorden stond, had het recht alle standen, beroepen en leeftijden duidelijk en zonder omwegen op hun fouten te wijzen, om ze tot boete en bekering te brengen. Dat Antonius door zo op te treden indruk maakte, blijkt wel uit het feit dat na zijn preken talrijke mensen kwamen biechten. Bij zijn preken heeft Antonius ook duidelijk ondervonden, dat een predikant die onverbloemd de waarheid zegt en de dingen bij hun naam noemt, niet bij iedereen instemming vindt. Dat gebeurde vooral als hij sociale misstanden hekelde. Maar Antonius liet er zich niet van weerhouden, ook als hij zich daardoor de haat van velen op de hals haalde.

Volgens een legende steunde Antonius niet alleen op de macht van zijn woord, maar hij kon het met wonderen bekrachtigen. In Florence was een geldmagnaat gestorven die zo machtig was dat hij de stedelijke regering zijn wil kon opleggen. Toen hij begraven werd, greep Antonius in. Hij liet de lijkstoet stilhouden en riep tot de omstanders dat deze man geen christelijke begrafenis verdiende. Als men zijn lichaam opende zou blijken dat hij geen hart had. Zijn hart zat in zijn geldkist. Men opende zijn lichaam en vond inderdaad geen hart. Het zat wel in zijn geldkist.
Dit verhaal wil duidelijk maken wat Antonius in zijn preken verkondigde. Het is feitelijk een illustratie van het woord van Jezus: ‘ Waar uw schat is, daar is ook uw hart.’ Deze kant van Antonius laat zien dat hij de lijn voortzet van de profeten van Israël: hij neemt het op voor gerechtigheid en is daarin radicaal. Een voorbeeld om na te volgen in onze tijd?

Antonius: leraar van het Evangelie
De meeste van zijn franciscaanse medebroeders hadden niet de theologische kennis die Antonius in zijn opleidingsjaren genoten had. Ze waren onvoldoende geschoold om het katholieke geloof te verkondigen en zo nodig te verdedigen. Franciscus stond lange tijd gereserveerd tegenover een theologische vorming van zijn broeders, omdat hij bang was dat zij die zich uitdrukkelijk ‘mindere broeders’ noemden, dan de weg van eenvoud en nederigheid zouden verlaten. Van de andere kant wist hij dat zijn orde geroepen was de Kerk te dienen en hij besefte dat zijn broeders haar alleen een belangrijke dienst konden bewijzen, als zij voor hun preken over een gedegen theologische kennis zouden beschikken. Die kennis kon Antonius hun bijbrengen en vermoedelijk hebben de broeders zelf Antonius daarom gevraagd. Maar deze wilde het niet zonder goedkeuring van Franciscus. Franciscus schreef hem in de winter van 1223/1224 de volgende brief:
‘Aan broeder Antonius, mijn bisschop, wenst Franciscus heil. Ik keur het goed dat gij de heilige theologie onderwijst aan de broeders, op voorwaarde dat gij bij dit onderricht de geest van gebed en toewijding niet uitdooft, zoals in de regel staat’.

Hoe kort de brief ook is, ze toont duidelijk aan hoe groot het vertrouwen was dat Franciscus in Antonius stelde. Franciscus wijst de theologiestudie niet af, maar vestigt de aandacht op een punt dat ook in andere geschriften van Franciscus benadrukt wordt: hij wil niet dat zijn broeders studeren en kennis verwerven als doel op zichzelf en hij wil evenmin dat zij door de studie eer en aanzien najagen. In de ogen van Franciscus moest de studie van de theologie ‘de geest van gebed en toewijding’ dat wil zeggen de volledige gerichtheid op God, niet belemmeren of verstoren, maar juist bevorderen. Met andere woorden: kennis – en zeker theologische kennis – is alleen goed en nastrevenswaardig als zij ertoe leidt dat de mens intenser voor God gaat leven. Deze woorden van Franciscus bemoedigden Antonius om door te gaan op de weg van de studie van de theologie en ook andere medebroeders daarin te onderwijzen. Veel heeft Antonius betekend voor de kerk van zijn dagen. Een tijdgenoot van Antonius (een theoloog) schrijft over hem: Broeder Antonius van de minderbroeders, mijn goede vriend, maakt goede vorderingen in de theologie, zodat ik van hem kan zeggen wat van Johannes de Doper gezegd is: ‘Hij was een helder licht, dat door het goede voorbeeld naar buiten straalt.’

Antonius wordt Antonius van Padua
Hoewel Antonius geboren is in Lissabon, Portugal, is hij toch het meest bekend als ‘Antonius van Padua’, ofschoon hij daar maar een korte tijd geweest is. Maar hij had al een gevestigde naam en reputatie toen hij zich in Padua vestigde. De onvermoeibare apostolaatsijver van Antonius heeft hem in de vasten van 1231 gemaakt tot Antonius van Padua. Wat zich in die dagen in Padua heeft afgespeeld, grenst, ook zonder legendarische toevoegingen en overdrijvingen, aan het ongelooflijke. Van 6 februari tot 23 maart hield hij zijn zorgvuldig voorbereide preken. Hij was de eerste die, ter voorbereiding op het paasfeest, bijna vijftig dagen achtereen iedere dag preekte. Van het begin af aan stroomden de mensen toe om hem te horen. En ze kwamen niet voor een onderhoudend praatje, maar om te luisteren naar iemand die, in naam van God, klaar en onomwonden zei wat van hen verwacht werd. Het aantal toehoorders groeide met de dag. Er vond in Padua, door zijn prediking, een golf van bekeringen plaats. En dan niet een bekering die zich alleen met God verzoent. Antonius wees er steeds opnieuw op dat een verzoening met God alleen echt is als zij gepaard gaat met een verzoening met de naaste.

Antonius bracht door zijn preken veel mensen tot verzoening met elkaar en tot een goede onderlinge verstandhouding. Padua beleefde een tijd waarin burgers zich bereid toonden vreedzaam met elkaar te leven. In brede kringen was men tot het goede aangestoken. Strijdende partijen begroeven hun twisten en reikten elkaar de hand. Onrechtvaardig verkregen bezit werd teruggegeven. Gevangenen werden vrij gelaten. Niet zozeer de misdadigers als wel de mensen die vanwege hun ongelukkige omstandigheden hun schulden niet hadden kunnen betalen. Dieven en publieke vrouwen gaven hun praktijken op en begonnen een nieuw, eerbaar leven. De mensen van Padua beleefden het als een heilige roes dat zij een leven volgens het Evangelie konden leiden, in vrede met God en de mensen, als broeders en zusters.

Zijn terugkeer naar de Heer
De krachten van Antonius begonnen, tijdens zijn verblijf in Padua, steeds meer af te nemen. In het voorjaar van 1231 verliet hij de stad en ging naar het achttien kilometer verderop gelegen Camposampiero. Op een landgoed woonde een vriend van Antonius en weldoener van de minderbroeders. Hij had voor hen op zijn landgoed een kluizenarij met kapel laten bouwen. Daar vond Antonius wat hij zocht: stilte en eenzaamheid om zich geheel aan God te kunnen wijden in gebed en beschouwing.

Antonius had veel mensen op dikwijls wonderbare wijze geholpen. Op het einde van zijn leven schonk God hem een voorrecht. Volgens de legende verscheen Jezus aan hem in de gedaante van een kind, liet zich door hem omhelzen en streelde hem over het voorhoofd. Verschijningen van het kind Jezus worden ook van andere heiligen verteld. Men noemt dat een zwerflegende. Daarmee is niet bewezen dat de gebeurtenis niet bij Antonius heeft plaatsgehad. In alle geval is zeker dat zulk een verhaal een diepe achtergrond heeft. Het steunt op de werkzaamheid van de kerkleraar. In zijn preken heeft hij de menswording van Gods Zoon altijd centraal gesteld. Daardoor wordt dit verhaal een concrete bevestiging van zijn innige band met Jezus en een beeld van zijn apostolaat. Ook de latere voorstellingen van de heilige Antonius met het kind Jezus op zijn arm willen dit weergeven.

Zoals iedere dag werd ook op 13 juni 1231 in de kluizenarij van de broeders te Camposampiero het teken voor het middagmaal gegeven. Nauwelijks zat Antonius aan tafel of de dood kwam zich melden. Hij werd plotseling onwel en zijn hoofd viel op zijn borst. Zijn krachten begaven het. Hij besefte dat het einde gekomen was. Hij vroeg naar Padua gebracht te worden, naar het huis van de broeders bij de kerk van de Moeder Gods de Sancta Maria. De broeders respecteerden de wens van een stervende.
De stoet zette zich in beweging. Tegen de avond bereikte men Arcella, vlak bij Padua. Antonius stemde ermee in daar halt te houden. Hij voelde dat zijn laatste uur gekomen was. Hij ontving het Sacrament van de zieken. Antonius volgde de gebeden met grote godsvrucht. Plotseling trad er een verandering in. Zijn ogen begonnen te schitteren en hij zei: ‘Ik zie mijn Heer’. Daarna ging hij over naar de aanschouwing van zijn Heer in wiens dienst hij zijn krachten verbruikt had.

Zijn dood werd aan de bewoners van de stad opvallend bekend gemaakt. De kinderen werden onrustig, liepen door de straten en riepen onophoudelijk: ‘De heilige is dood, de heilige is dood’. Niemand had het hun meegedeeld. Het was 13 juni 1231. Binnen een jaar na zijn dood, op 30 mei 1232, werd hij heilig verklaard. Onmiddellijk werd in Padua begonnen met de bouw van een kerk, gewijd aan Antonius. Zijn lichaam werd daar naar overgebracht. Bijna dagelijks bezoeken talloze pelgrims de kerk en de stenen sarcofaag van de heilige, il Santo, zoals ze hem noemen. Ze doen er inspiratie op voor hun eigen leven van iedere dag met zijn soms niet geringe problemen.